Ik ben op zoek naar

Kunstgeschiedenis: Kalmte en gelukzaligheid

Kunstgeschiedenis: Kalmte en gelukzaligheid
2020-04/34-hubert-van-eyck-037a 2020-04/33-hubert-van-eyck-037 2020-04/1586464985_34-hubert-van-eyck-037a-2

Kalmte en gelukzaligheid

Kunstgeschiedenis met Jaap Clement

Jaap Clement verzorgt lezingen, excursies en andere culturele activiteiten

Jan van Eyck leefde in een periode van welvaart en economische groei in Vlaanderen.

Als kunstenaar had hij een hoog niveau bereikt, hij bekleedde een gerespecteerde positie aan het hof van Philips de Goede, genoot een goed inkomen en bewoonde een riant stenen huis in Brugge.

Zijn schilderijen tonen kalmte, onverstoorbaarheid en gelukzaligheid. Alsof de harmonie in zijn privéleven zichtbaar wordt in zijn werk.

In het zojuist gerestaureerde schilderij van de aanbidding van het Lam Gods heerst een serene rust en harmonie.

De grote verscheidenheid aan groepen mensen en personen op het schilderij zijn verenigd in verering en bewondering voor het Lam.

Het is moeilijk om een wanklank in het schilderij te vinden. Of een aanwijzing dat het leven in de 15e eeuw niet zo makkelijk was: dat er ondanks de welvaart veel mankeerde zoals uitbuiting en armoede, onveiligheid, sociale misstanden, slechte hygiëne, nauwelijks onderwijs en onvoldoende geneeskundige vaardigheden. En er waren gevreesde ziektes, zoals de pest, ook wel de Zwarte Dood genoemd.

Het is waarschijnlijk dat Jan van Eyck het werk van zijn beroemde voorgangers, de broeders van Limburg, gekend moeten hebben. Het realisme in de illustraties/illuminaties uit hun getijdenboek geschilderd in opdracht van de hertog van Berry, kan een belangrijke inspiratiebron voor Jan van Eyck geweest zijn. De 3 broers stierven kort na elkaar, evenals hun opdrachtgever in 1416, zeer waarschijnlijk aan de gevolgen van een pestepidemie.

Het veelluik van het Lam Gods beeldt de verlossing van de mensheid uit. Daar past geen onheil in. We zien de broedermoord als belangrijke reden voor die verlossing.

We zien mensen die op gruwelijke wijze gemarteld en gedood werden vanwege hun geloof. Ze staan er onbewogen bij: Stefanus draagt de zak met stenen waarmee hij gedood is alsof het kostbare diamanten zijn en Levinus (Sint Lieven) draagt de tang met zijn uitgerukte tong er nog in, triomfantelijk, als ware het een sporttrofee.

Op een van de binnenste zijluiken wandelt een groep pelgrims.

Ze worden aangevoerd door Christophorus, de beschermheilige van de reizigers. Waarschijnlijk zijn ze op weg naar Santiago de Compostella, de heilige Jacobus, herkenbaar aan de schelp op zijn hoed, loopt net achter Christophorus. Vanzelfsprekend dat ze met een groep zijn. Op zo’n lange pelgrimstocht zijn gevaarlijke en onherbergzame trajecten. Men geloofde dat het kwaad in de persoon van de duivel zich graag stiekem aansloot bij zo’n groep: om de verkeerde weg te wijzen en de gelovige pelgrims in het kwaad te storten. Loopt de ongenode en gevaarlijke medereiziger daar rechtsachter? Broedend op gemene plannen, met krullend haar en een gemene grijs op zijn gezicht?

Heeft van Eyck hier het kwaad, dat als een onzichtbaar virus om ons heen hangt, ons bedreigt en met ons mee reist, niet op een meesterlijke wijze uitgebeeld?

Terug naar het overzicht